De Bergrede van Jezus

Home | Sitemap | Inhoud

 

 

Zalig zij die treuren

"Zalig zij die treuren;
want zij zullen vertroost worden"


Zo heel merkwaardig zijn deze woorden. Zalig die treuren: Hoe kan een mens in zo'n ellendige toestand verkerend nog iets voortbrengen dat tot zegen kan zijn? Een moeilijke vraag, maar een gerechtvaardigde vraag. Het antwoord vinden wij bij Jezus.
De bedoeling van deze woorden is allerminst dat treuren een verdienste zou zijn: Het is een woord, dat wij niet zo vaak tegenkomen in het N.T. Het betekent in de Bijbel niet hetzelfde als wat wij er gewoonlijk onder verstaan. Het heeft hier een veel diepere betekenis.

Dit treuren, door Jezus bedoeld, is ook niet los te maken van vele en velerlei levensomstandigheden. Allereerst heeft Jezus met deze en andere zaligsprekingen Zijn discipelen er op willen wijzen, dat zij, die Hem volgen op Zijn weg en tot aan het Kruis onvermijdelijk voor zware beproevingen en opofferingen zullen komen te staan die zelfs de sterksten in hun moeilijke dagen zullen doen wenen en treuren.

Maar die zich daarom toch niet onder de beklagenswaardigen mogen rekene. : En vooral, dat zij de moed en de kracht om te dragen en te verdragen zullen kunnen behouden, als zij van meet af aan hun ogen gericht houden, niet op al die smarten en wonden en barensweeën, die nu eenmaal gepaard gaan met iedere nieuwe fase in het proces van de wedergeboorte, maar alleen op Hem en dat hemelse geluk, dat een ieder wacht, die onder de leiding van Gods Geest geleerd heeft te volharden tot het einde toe.

Hun troost hier op aarde zal daarin worden gevonden, door in de Geest te leven, ziende op de tijd door Jezus Zelf voorzegd, wanneer alle tranen afgedroogd zullen worden uit hunne ogen,... wanneer alsdan alle leed voorbijj zal zijn. Glorie voor God.

En wat Hij beloofd heeft, dat zal straks ook zo zijn. Hemel en aarde zullen eenmaal voorbij gaan, maar Zijn Woord houdt stand tot in alle eeuwigheid. Zijn Gods beloften niet onberouwelijk? Ja, en e zijn "ja" en ze zijn "amen" in Christus Jezus. Zo staat het in Gods Bijbel geschreven, en wij geloven het.

Wij lezen in Mattheus 9 hoe mensen uit Jezus' tijd, godsdienstig als zij waren, aan Hem vertelden,  dat zij vasten, maar dat Zijn discipelen dat niet deden. En zij vroegen Hem, waarom zij dat niet deden. De Here Jezus gaf hen toen ter tijd dit antwoord:
"'Kunnen ook de bruiloftskinderen TREUREN zo lang de Bruidegom bij hen is? Maar de dagen zullen komen wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, dan zullen zij vasten" (v. 15).
En dat is ook zo, want als zij de Bruidegom verliezen, zijn ze alles kwijt. Wanneer zij van Hem gescheiden worden, hebben zij niets meer.
 
De Emmausgangers
In Markus 16 wordt ons de vervulling hiervan geschetst... De discipelen bleven toen ter tijd alleen; slechts met de wetenschap, dat Hun Heer en Meester gekruisigd was. Zij waren Hem kwijt - hadden Hem verloren. Zij wisten toen (nog) niet, dat dit alles "de poort-opening" was tot een geheel nieuw leven.

Voor hen betekende hetgeen gebeurd was, het einde van alles. Wij zien een en ander duidelijk naar voren komen in het verhaal van de twee Emmaus-gangers. Als zij op weg zijn naar die plaats en druk onder elkaar spreken over alle dingen die er gebeurd zijn, kwam Jezus Zelf bij hen, en wandelde tezamen met hen verder. Dan lezen wij in de Bijbel: "Hun ogen werden gehouden, dat zij Hem niet kenden.
 
En Hij zei tot hen: "wat redenen zijn dit,die gij wandelende onder elkander verhandelt, en waarom zijt gij droevig?"
En Kleopas zei tot Hem: "zijt Gij alleen een vreemdeling te Jeruzalem, en weet Gij niet de dingen die deze dagen daarin geschied zijn?|

En Hij zeide: "Welke? En zij zeiden tot Hem: De dingen aangaande Jezus de Nazarener, Die een Profeet was, krachtig in werken en woorden, voor God en al het volk; en hoe onze overpriesters en oversten Hem overgeleverd hebben tot het oordeel des doods, en Hem gekruisigd hebben.

Wij hoopten, dat Hij Degene was Die Israël verlossen zou; doch ook benevens dit alles is het heden de derde dag van dat deze dingen geschied zijn." (Luk.24:16-21).
 
Zij waren droevig gestemd, zij waren verdrietig, zij TREURDEN. En met hen, waren er ook nog vele anderen. Toch had Jezus hen meermalen tevoren gezegd, wat er allemaal zou geschieden; maar de Heilige Geest kon het nog niet aan hun harten openbaren. Vandaar Jezus' uitleg met de woorden:

 
"0, gij onverstandigen en tragen van hart,
om te geloven al hetgeen de Profeten
gesproken hebben: Moest de Christus niet
deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid
ingaan? En begonnen hebbende van Mozes en
van alle Profeten, legde Hij hen uit in al de
Schriften, hetgeen van Hem geschreven was"
(Luk,24:25-27).
 

Ook voor de vrouwen, genoemd in de verzen 22 tot en met 24, was alles met de kruisiging van Jezus voorbij... Maria o.a. kon niet geloven, dat Jezus dood was. Zij ging naar het graf en vond, daar aangekomen, de steen weggerold. Zij kreeg toen deze boodschap mee: "Wat zoekt gij de levende bij de doden? Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan" (Luk.24:5b-6a).

Wat moet dat een opluchting geweest zijn voor deze vrouw. Toen zij dit grote nieuws ging vertellen aan Zijn discipelen, geloofden zij haar niet. "Hare woorden schenen voor hen als ijdel geklap" ,(v. 11). Later zouden zij Hem zelf zien. En toen wisten ook zij dat de Gekruisigde voor eeuwig leefde. Glorie voor God.

Zien wij de betekenis van dit woord "treuren" nu? Het is "ZONDER HEM ZIJN ". Het betekent: Geen HOOP HEBBEN VOOR DE TOEKOMST. Hoe vreselijk zo'n leven zónder God... zónder hoop. Daar is dan ook nog een ander soort treuren. In de Bijbel is ook nog sprake van "TREUREN OM DE ZONDE IN DE GEMEENTE".

Omdat er zulke vreselijke dingen gebeurd waren in de gemeente van Corinthe, heeft de apostel Paulus die gemeente streng aangepakt vanwege die misstanden. Hij zegt van dat kwaad, dat het zelfs in de wereld niet gekend wordt. En als hij dan in I Cor.5:2 spreekt van "leed"; dan bedoelt hij in feite: "droefenis hebben"... "treuren om dergelijke wandaden".

En wanneer wij om ons heen zien en de dingen bemerken, welke hier en daar in de gemeenten gebeuren, dan is er ook heden ten dage plaats voor bedroefd zijn, voor treuren, vanwege zo vele ergerlijke dingen: Daar is ook in onze tijd plaats voor vele tranen. In II Cor.12::21 bedoelt de apostel Paulus, als hij van zichzelf spreekt, met "rouw hebben over velen" het zelfde, namelijk:

"dat ik zal hebben TE TREUREN over velen, die tevoren gezondigd hebben". Dat zijn nu eenmaal dingen die pijn doen: Wanneer wij de Here Jezus werkelijk liefhebben, en wij kijken dan naar Zijn volk,... naar degenen, die Zijn eigendom zijn, dan kunnen wij hen niet zien struikelen en vallen zonder te "treuren". Dit treuren komt voort uit dat nieuwe leven. Op een andere Schriftplaats wordt van "treuren" gesproken in verband met "dubbelhartigheid". De apostel Jakobus zegt daar:

 
"Naakt tot God, en Hij zal tot u naken.
Reinigt de handen, gij zondaars, en
zuivert de harten, gij dubbelhartigen.
God vraagt u als ellendigen en TREURT
en weent; uw lachen worde veranderd in
TREUREN, en uwe blijdschap in bedroefdheid"
(Jak.4:6-9).
 

Waar deze Brief een algemene is, en dus gericht is tot de Gemeente als Het Lichaam Van Christus, en niet tot de wereld, daar merken wij op, dat het wel één van de akeligste dingen is, als iemand niet in de wereld leeft, maar ook niet helemaal de Here toebehoort. Zij die dat doen, "zeggen" met hun leven, dat het Evangelie niet veel bijzonders is. Voorwaar, een reden om te "treuren".

Wij lezen in het Evangelie naar Lukas, hoofdstuk 6, vers 25b: "Wee u die lacht: want gij zult TREUREN en wenen", een woord volgende op de zaligsprekingen. Het zijn er zo velen, die de dingen zo licht opvatten. Wij bedoelen, dat in zo vele kringen het Evangelie van onze Here Jezus Christus en het Christenleven zo gemakkelijk en goedkoop worden opgevat. Vooral bij de jongere generatie is er soms alleen maar plaats voor plezier en lachen. Daar is geen ernstig en waarachtig "intreden" in de dingen van Christus: Zij doen goed wanneer zij de psalmist raadplegen, die zegt;

 
"De verborgenheid des Heren is
voor degenen, die Hem vrezen"
(Pslm.25:14a).
 

Nog een laatste woord over "treuren". Wij slaan het Boek Openbaring op, en lezen in het 18de hoofdstuk en de verzen 11, 15 en 19...
 
"En de kooplieden der aarde zullen wenen
en rouw maken (TREUREN) over haar, omdat
niemand meer hun waar koopt".

"De kooplieden dezer dingen, die rijk geworden
waren van haar, zullen van verre staan uit vrees
van hare pijniging, weende en rouw makende
(TREURENDE)".
"En zij wierpen stof op hunne
hoofden, en riepen wenende en rouw bedrijvende
(TREURENDE...), zeggende:"wee, wee de grote stad;......
want zij is in ene ure verwoest geworden".
 

En het gaat om de val van dat grote Babylon. Alle "materiele " dingen worden de mensen afgenomen. Al die rijkdommen, waarin zij zich zo verheugd hebben, zijn niet neer; en zij zullen rouw be drijven (d.i. treuren) om dit verloren gaan van hun bron van welvaart. Zo gaat het dikwijls ook de belijdende Christenen. Namelijk degenen onder hen, die de weg van de wereld gaan.

Er komt wis en zeker een tijd, dat zij alles verliezen zullen; en dan rest hun niets anders dan TREUREN (rouwen om...). Jezus zegt: "Zalig die treuren". En als Hij daaraan het woordje "vertroost" verbindt, dan moeten wij niet denken, dat dit woord hetzelfde betekent als in de taal der mensen. Bij de mensen is de betekenis deze: dat wij vertroosten, doordat wij meeleven,... doordat wij onze oprechte deelneming betuigen.

Maar zoets wil "vertroosten" in de Bijbel niet bedoelen. In de Schrift heeft' het verschillende betekenissen. Zo onder meer "vreugde brengen", "leven schenken",'"bemoedigen".
In elk geval is het een krachtig woord met een verstrekkende betekenis. De inhoud ervan bedoelt: blijf niet treuren, want er is iets beters. En dat beters is alleen te vinden in Jezus EN DIEN GEKRUISIGD: En zo komen wij dan weer terug bij het kruis. Dan gaan wij totaal anders denken.

Wij houden dan geen rekening meer met de maatstaven van een verdorven en schuldige wereld. Maar wij aanvaarden ook niet langer de beschuldigingen van de Satan. Wij gaan denken in de weg van Gods barmhartigheid; er komt iets volkomen nieuws. En wat gebeurt er dan?? Wanneer wij ons laten leiden door de Heilige Geest, zo zal Hij, als de Openbaarder van Gods taal en wil, ook Romeinen 12, de verzen 1 en 2, ons duidelijk maken.

Wij moeten ons telkens weer opnieuw onderwerpen aan dit onderwijs van Gods gezegende Geest. Geen prediker, geen schrijver, hoe bekwaam ook, kan dit ons laten zien en verstaan. Wij kunnen allemaal er over praten, maar alleen dan gaan wij het "zien" in de Bijbel, wanneer de Heilige Geest de bedekking wegneemt en zegt:

"Ziet: de tijd van TREUREN is voorbij... Christus is gestorven, doch uw leven is voortaan en altoos mét Christus verborgen in God. "
Dan zullen wij niet meer vragen, maar in het "doen" van wat Hij ons zal zeggen, zullen wij het antwoord vinden voor tijd en voor de eeuwigheid. "Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden". Amen.



Home | Sitemap | Inhoud