De Bergrede van Jezus

Home | Sitemap | Inhoud

 

 

 Het "Onze Vader"


"Gij dan bidt aldus...."
(Matt.6:9-13;Luk.11::2-4)



Meer dan een gebed
Het is mogelijk op velerlei manieren te bidden! Het gemeentelijk leven van gelovigen leert ons dit. Een ding willen wij hier al direkt zeggen: Het "Onze Vader" is meer dan "een gebed"!

Het is, in algemene zin, het voor tijd en voor eeuwigheid geldend voorbeeld voor alle manieren (vormen) van bidden, waarin ons de voornaamste en onmisbare hoofdvoorwaarden worden duidelijk gemaakt, welke aan ieder oprecht gebed gesteld worden, wil er een "horen" en een "verhoren" zijn in de hemel!   Het "Onze Vader" is het Bijbelse antwoord op de vraag "Hoe moet onze innerlijke gesteldheid zijn, en welke eisen moeten wij bewust stellen aan ons eigen denken en voelen"...


"Onze Vader, Die in de hemelen zijt!"
Wanneer christenen bidden, zo dienen zij in de eerste plaats hun "geloofsogen" te richten naar die "plaats" waar God in werkelijkheid woont: DE HEMEL.

Het is "onze... en mijn Vader, Die in de hemelen zijt!" Opdat wij niet zullen vergeten, dat God de Vader is van allen, die zich door de wedergeboorte "kinderen God's" weten, ook al zijn er onder hen mensen, die wij als onze vijanden beschouwen...

Dat ook hen het dagelijks brood toekomt en dezelfde opvoeding en hulp en vaderlijke liefde, waar wij voor de onzen en voor onszelf om vragen in het gebed. 0ok dat wij moeten leren dit alles van harte te gunnen aan degenen, die ons het meest tegenstaan, en die wij innerlijk (helemaal ten onrechte!) zo dikwijls God's hulp en liefderijke zorg onwaardig achten of misgunnen.

Als "kinderen God's" behoren wij tot de "familiekring van wedergeborenen", en daarom zegt Jezus, dat wij behoren te bidden: "Onze Vader", omdat Hij wil, dat wij er aan zullen denken in ons dagelijks gebed, niet alleen tot Hem te komen, maar gezamenlijk - met alle anderen, ook al zijn deze niet in persoon aanwezig.

Jezus wil dat wij in onze gedachten, in eendracht en in liefde verenigd zullen zijn met allen, die tot dat grote gezin van God behoren. Denken wij aan Kain! Zullen wij onze ogen moeten neerslaan als God ons vraagt: "wáár is uw broeder?"
Die broeder, die wij (wellicht om een nietszeggende reden of meningsverschil) liever niet als een broeder gedenken. Misschien wel tot vijand rekenen.

"Onze Vader", omdat Jezus wil, dat wij er altijd aan zullen denken, dat de levende God alleen Zijn kinderen tegemoet komt met "alle geestelijke zegeningen in Christus". Glorie voor Hem!!
Doch niet alleen met geestelijke zegeningen, maar ook met de stoffelijke dingen. Met Hem als "Herder" zal ons niets ontbreken. Dit is waarlijk het voorrecht van het kindschap God's. Daarom behoort om God-zelfs-wil ons gebed altijd een gebed te zijn uit het diepst van ons hart.

Want het is de grootste ongerijmdheid om God "Vader" te noemen, maar te denken, dat Hij de meest op de voorgrond tredende eigenschap zou missen, namelijk "Vader-liefde" Dat is: het verlangen om liefde, aan Zijn kinderen te schenken en verlangen naar de weder-liefde van die kinderen!
Want al "zien" wij Hem niet, wij "voelen" Hem des te meer! Want GOD IS LIEFDE, en die liefde stort Hij uit in onze harten. Deze machtige ervaring doet ons weten dat Hij leeft. Amen.

Pas dan leren wij het ware bidden als wij begrepen hebben,.. als als wij ook ervaren hebben... dat God als de onzichtbare geest.... ..als de levende Christus in ons woont en Zich openbaart. Hoe valt dan bij dit "bewustzijn" alle onrust, alle droefheid, alle neerslachtigheid, alle moedeloosheid, waarmede wij zo dikwijls ons bidden beginnen, van ons afm, verruimd en opgelucht, ontlast en gereinigd van kwellende gedachten, tweestrijd en somberheid...
Voorwaar, daar is overwinning "bij" èn "door" èn "in" ONZE VADER Die in de hemel woont.


"Uw Naam worde geheiligd"

God's Naam is heilig. Als Jezus hier zegt: "Uw Naam", dan bedoelt Hij daarmede de "volheid van Naam". Deze wordt in de Bijbel geopenbaard als zijnde: HERE-JEZUS-CHRISTUS, en is de DRIE-ENIGE NAAM van de DRIE-ENIGE GOD! Deze is"de Naam die boven alle namen is".

Hoe behoort deze te worden "GEHEILIGD"? Wat wil dit zeggen? In de diepste zin van het woord: "apart gezet". Afgescheiden van alles. Van alles wat maar enigszins als heiligschennend werkzaam is of kan zijn...

Deze woorden uitspreken heeft in de eerste plaats tot doel dat wij onszelf eraan zullen herinneren, dat wij met onze daden en al onze andere levensuitingen de Naam en de eer en het aanzien van God hier in de wereld behoren hoog te houden.

Als wij ons kinderen God's durven noemen, dan moeten wij ons ervan bewust zijn, dat elke onheilige daad, iedere slechte gedachte, alle liefdeloosheid en onrecht, waaraan wij ons schuldig maken, een meewerken is aan de ontheiliging van Zijn Naam!!

Ten eerste tegenover God Zelf, maar vooral tegenover de wereldling, die onze God beoordeelt naar wat hij ziet van hen, die beweren geestelijk uit Hem geboren te zijn, en die daarom Zijn Naam hebben hoog te houden door hun handel en wandel.

Voor zo ver wij het mogen verstaan, bestaat de ware heiliging van God's Naam hierin: als Zijn kinderen met alle ernst ernaar streven, zo door de Heilige Geest veranderd te werden, dat (overal waar wij onder anderen verschijnen...) het heldere licht van waarheid, van de liéfde God's van vrede en vreugde van ons uitstraalt, opdat ons verkeren met en onder anderen tot zegen zal zijn. Het levens-voorbeeld van de eerlijke Christen, is dan ook het meest krachtdadige middel, om ook anderen te winnen voor Christus en Zijn Koninkrijk. Amen.


"Uw Koninkrijk kome"
Kinderen God's en dienstknechten in het bijzonder moeten ervan doordrongen zijn, dat God's oppermachtige regering over het hele mensdom niet kan komen, als niet het verlangen, het zuchten, maar vooral het jagen daarnaar dagelijks onderhouden wordt.

Ware Christenen moeten allang hebben ingezien, dat, zonder dat, de tegenwoordige wereld gedoemd is ten ondergang! Maar, het is niet genoeg, dat wij alleen dit verlangen levendig houden door te bidden: "Uw Koninkrijk kome".... Wij behoren onszelf te doordringen van het feit, dat wijzelf (hoe gebrekkig nog ook!) onderdanen zijn en burgers van Zijn Koninkrijk!

Welke konsekwenties Zijn hieraan verbonden? God als onze Koning te erkennen, sluit in, dat wij ons (noch door de invloed van wat in de wereld "als geoorloofd wordt beschouwd" - noch door de dwang van wereldse potentaten) ooit mogen laten verleiden om die dingen te doen, die in strijd zijn met wat de wetten van God's Koninkrijk ons voorschrijven!!

Het is daarom Jezus' wil, dat wij geheel ons hart en geheel ons verstand en geheel onze ziel moeten wijden aan alles, wat de groei van dat Koninkrijk "binnen in ons" kan bevorderen, opdat Hij nu al, door de Heilige Geest, moge regeren en ons kan klaar maken voor die komende dag, waarop Hij Zijn koninkrijk letterlijk zal vestigen op aarde. Hem zij de glorie!!


"Uw wil geschiede; gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde"
De waarde van ons bidden staat in onverbrekelijk verband met het heden, want de toekomst ligt verborgen in God's Hand. Daarom worden wij elke dag geconfronteerd met de vraag: "hoe zal het ons mogelijk zijn om te doen wat God van ons wil... tenminste ten opzichte van die dingen, die ons persoonlijk leven betreffen".

Hieruit volgt vanzelfsprekend, dat wij het ons (vooral als wij zelf anderen hebben te leiden...) steeds tot een taak moeten stellen God iedere dag te bidden, dat Hij ons genade mag schenken, opdat wij steeds meer een helder begrip mogen verkrijgen van Zijn heilige wil.

Daarbij hebben wij echter te bedenken, dat wij geen levenloze "voorwerpen" zijn die zich laten meedrijven op elke golfslag van de levenszee. Ook zijn wij geen passieve "werktuigen" zonder een vastgerichte wil. Toch verlangt God van ons, dat wij (luisterend naar Zijn Stem en Zijn ingevingen in ons door Zijn Geest) ons geheel en al in dienst zullen stellen van wat wij, door genade, mogen verstaan als "God's wil",... als datgene, wat Hij van ons verlangt. Gelijk Zijn dienaren in de hemel alleen zullen handelen overeenkomstig Zijn wil, alzó behoort dit eveneens te geschieden hier op aarde door allen, die discipelen zijn.

Dat kan ook op aarde, door de Heilige Geest, Die in ons werkt en ons aardse leven kan, wil en ook zál inrichten en besturen, opdat God's Naam zal worden groot gemaakt. Iedere dag is daar de ervaring voor kinderen God's, dat (waar een bewuste wil is om Hem te dienen), er vanzelf ook gehoorzaamheid is in alles, zodat Zijn wil wordt gedaan.

Vooral zij, die gevolg hebben gegeven aan hun roeping, als gevolg een ambt bekleden en dientengevolge door God's wondere genade ook in een dienovereenkomstige bediening mogen staan, om het leven van anderen met vaste hand te leiden, behoren altijd weer zichzelf te doordringen van het gebod:


"Niet mijn wil, o God, maar UW WIL GESCHIEDE". 

Wie niet zo in alle oprechtheid kan bidden, heeft Hem (Die Zijn leven vrijwillig voor ons gaf) niet lief; zijn godsdienst is ijdel,... waardeloos! "Uw wil geschiede" ... .omdat wij dan alleen God lief kunnen hebben en gelukkig kunnen zijn, als wij diep overtuigd zijn, dat Hij, als onze hemelse Vader, uitsluitend datgene wil en ons schenkt, wat in Zijn ogen goed is -- de verwerkelijking dus van ons eigen levensgeluk. Onze ervaring in het geloofsleven is: twijfel maakt het voor ons altijd moeilijk om onze begeerten over te geven aan God's wil.

"zo de Here wil en wij leven".
...
Kennen wij daarentegen diep in ons hart die verlossende liefde van God, zo welt altijd in dat hart het verlangen op, dat alles toch zo moge komen als Hij het over ons beschikt! En dat altijd en overal. En tenslotte sluit ons bidden, dat God's heilige wil moge geschieden ook in, dat wij de door ons vastgestelde richting van onze levensweg niet star blijven vasthouden en niet onwrikbaar mogen vastleggen, maar dat wij altijd zullen belijden: "zo de Here wil en wij leven"....

Wanneer wij maar steeds tevreden het leven van elke dag aanvaarden, nooit meer neiging voelen om te morren, te klagen, te murmureren, of in verzet te komen, maar rustig en opgewekt voortgaan de opgedragen taak te volbrengen (onverschillig of die zwaar is of licht) hetzij wij arm zijn of rijk, ziek of gezond, laag op de maatschappelijke ladder en daardoor door de wereld niet meegeteld of zelfs miskend, of wel met roem overladen en door velen geeerd worden,.... dan pas bezitten wij de grootste schat, welke een mens hier op aarde mg en kan bezitten.
 Dán zal het altijd een vreugde zijn te mogen zeggen: "De wil des Heren geschiede" (Hand.21:14).


"Geef ons heden ons dagelijks brood
"
Voor menigeen klinken deze woorden wat vreemd. Te moeten bidden nota bene voor dat waarvoor men zelf hard heeft moeten werken. Staat er niet geschreven: "In het zweet uws aanschijns..."! Het komt niet zo maar uit de hemel vallen,... de gebraden duiven vliegen ons niet zo maar in de mond...
Integendeel; bovendien hebben wij allemaal wel wat meer nodig dan dagelijks brood!! Toch is een ding waar en niet af te wijzen: wie bidt, zegt in wat hij bidt iets wezenlijks over zijn leven, over zijn wijze van leven, enz., enz.ook moet woorden, als boven geciteerd.

Brood
Laten wij eens bij het begin beginnen, en wel met BROOD. Vragen, bidden, om wat wij allemaal "brood nodig" hebben. Niet meer, maar ook niet minder. Help ons, O, Heer, dat wij met volharding en opgewektheid datgene zoeken, wat wij nodig hebben voor het onderhoud van ons dagelijks leven, want dat is eerste noodzaak voor ieder schepsel.

Dagelijks
Daar is het andere woordje DAGELIJKS...
Jezus wil, dat wij zullen bidden om "brood", dat meer dan voldoende is voor onderweg,... "reis-proviand"!
Bidden dus om dat "geestelijk voedsel voor onze geestelijke groei tot "geestelijk-volwassenen", want dat is het grote doel, zonder hetwelk ons leven hier op aarde geen waarde heeft!

Feitelijk is het dus bidden, dat God ons in leven wil houden ter wille van Zijn verheven bedoeling met ons ... dat Hij ons geeft, wat wij zo hoogst nodig hebben om onze roeping te (kunnen) vervullen. Maar dat wat wij boven al het andere broodnodig hebben, is: HET BROOD DES LEVENS - JEZUS ZELF! Want er staat geschreven: "IK BEN HET BROOD DES LEVENS" (Joh.6:48).

Bovendien heeft Jezus gezegd:
"Het Brood Gods' is Hij, Die uit de hemel nederdaalt, en DIE DER WERELD het leven geeft (2 6v. 33). En het wordt ons nog duidelijker, als wij verder lezen: "IK BEN DAT LEVENDE BROOD, dat uit de hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, IS MIJN VLEES, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld (v.v.50-57).

Het Avondmaal
Het herkenningsteken van de gemeente van Jezus Christus is: "brood breken en uitdelen met dankzegging"... Hij deed zo, en wat en hoe doen wij? Vanuit deze schriftuurlijke gezichtshoek schijnt er een nieuw licht ov'er "alles en allen"...Wij, gelovigen en kinderen Gods,... wij worden gewoonweg genoodzaakt om onze hele manier van leven opnieuw te bezien. Hier de vraag om een nieuwe "levensstijl", meer CHRISTUS GELIJKEND.

Dat wij daarom meer en meer hongeren naar dat Hemelse Brood, dat Gijzelf zijt, o Here! Want, wij belijden, dat dit Brood het enige is, waardoor al onze verlangens gestild zullen worden,... waardoor degene, die daarvan eet en in het geloof weet te "nuttigen", niet langer gekweld wordt door de onverzadigbare honger naar die veelheid van velerlei stoffelijke genietingen van deze wereld, die ons steeds maar weer doen verlangen naar meer, en kwelling, onrust en onvrede in ons verergeren. Wie zo eet, die zal kunnen bidden:


"En vergeef ons onze schulden ..... "
Eten van dit Brood is "deel hebben aan Hem", Die zegt: "Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, DIE BLIJFT IN MIJ EN IK IN HEM" (Joh.6:56). En als Hij in ons blijft, dan zal Hij ons ook vrij maken van al datgene, wat ons tot ongeluk van ons leven is.

Innerlijke vrede, vanwege een zuiver geweten, is een der doeleinden van ons bidden. ds daarom moesten wij van harte onze schuldenaren vergeven, omdat vergevensgezindheid voor onze eigen gemoedsrust onontbeerlijk is.
Bedenk: alle wrok en haat betekent lijden voor onszelf!


"gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.."
Het is iets dat reeds is gedaan, en niet iets dat nog geschieden moet. Laten wij dit goed inzien. En laten wij dit nu eens niet alleen individueel stellen, maar een en ander ook bekijken in groter verband, in gemeentelijk verband.
Dan wil het vorenstaande betekenen; "een gemeente, waarin geloofsgenoten, kinderen God's, elkaar vergeving schenken". In die eerste Christen-gemeente was dit een hoogst belangrijk punt. Het betekende "de test" voor hun gebedsleven. Laten wij het goed begrijpen... Betekent ons hele geloofsleven niet een "leven uit God's vergeving"?

Tenminste, dit is voor ons: het Evangelie! Heeft Hij, Jezus, niet gebeden: "Vader, VERGEEF het hun;...."Dan moeten Christenen ook beseffen, dat zij onmogelijk bij God kunnen aankomen om vergeving, wanneer zij in het hart nog kwalijk-nemerij omdragen en haatdragend zijn.  Hoe vreemd het ons ook in de oren klinkt, toch is het waar:

Vergevingsgezindheid is het ware kenmerk van schuld-belijdenis! En dat eerste gevoelen kan in ons zijn, wanneer wij zelf ervaren hebben, hoeveel ons is vergeven en hoeveel er straks nog vergeven moet worden. Daar moet dus niet alleen vergeving ontvangen zijn, maar ook vergeving geschonken worden. ier is dus sprake van een Goddelijke wisselwerking om Christus' wil. Amen.

Onderstrepen wij even dat woordje: "GELIJK..." Jezus heeft Zijn discipelen willen leren, dat:
- ten eerste: waarachtige vreugde alleen gekend wordt, als waarachtige zonden-vergeving ook ervaren wordt.; en dat
- ten tweede: God en onze naaste onverbrekelijk aan elkander verbonden zijn.

In dit "gelijk ..." ligt het bovenstaande verankerd. Wij willen in verband met het vorengaande nog opmerken, dat vergeving in wezen een kostelijk "geschenk" is. De sterkste staat machteloos tegenover vergeving. Hij voelt zich klein, hij kan niets terugdoen.
Hij heeft slechts te ontvangen - het IS goed. "Vergeven" zoals Jezus dat bedoelt, is niet "zo-maar-vergeven": zand er over en dan verder net doen of er niets gebeurd is; want, laten wij eerlijk zijn, iedereen maakt wel eens fouten, en zijn wij niet allemaal zondaars!?

Zo-maar-vergeven wordt niet serieus genomen. Niet gewoon zand-er-over en klaar is kees; neen, maar alles bloot leggen,... schuld belijden. Als zoiets niet gebeurt, is er geen sprake van vergeven. Als wij alleen maar "dragen en verdragen", dan is ook dt geen vergeven; want dan blijft het een eenzijdige zaak. Vergeven is twee-zijdig; dat wil zeggen dat beide partijen erbij betrokken zijn, en dat betrokkenen het heel nauw moeten nemen. Het houdt in, dat samen een nieuw begin maken, dat beide partijen alles vergeven EN ook vergeten.

Schoonpraten
Ook "schoonpraten" zoals zo velen graag doen, is geen vergeven. Wie vergeeft, toont daarmede, dat hij de zaak ernstig opneemt, en dat hij van de betrokkene houdt, omdat hij wil, dat voortaan iets nieuws gekend wordt. Het is precies hetzelfde wat God met ons doet. God verdoezelt niets.

Hij zegt waarop het staat; fout is fout en verder geen gezeur, geen gelamenteer, geen excuses. En als God ons oordeelt en konstateert dat wij fout zijn, dan zegt Hij dat ook; en dan betekent dat dat Hij van ons houdt en van ons verwacht, dat wij inzien, dat Hij teleurgesteld over ons kan zijn. Vergeven betekent dan ook dat een nieuwe, diepere verhouding zich ontwikkelt ten opzichte van hem, die werd vergeven. Halleluja!!

Waar werkelijkk vergeven wordt, daar weten partijen ook dat zij met elkaar verder kunnen gaan in een wezenlijk vernieuwde verhouding, en niet meer achterom kijken. Wie (een ieder neemt dit voor zichzelf!) zef niet vergeven kan, die heeft in zijn eigen leven de blijdschap van vergeving nooit ervaren,. die weet nog steeds niet wie hij is!


"En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze"
Met deze woorden van Jezus zitten wij een beetje in verlegenheid; en misschien is dat voor velen van ons wel het moeilijkste gedeelte van het "Onze Vader"..... Daar ligt in deze bede een "tweevoudige betekenis" opgesloten.
En deze komt tot uitdrukking in het volgende:

- ten eerste in deze zin:
Leidt Gij ons Vader, opdat wij niet in verzoeking komen om kwade dingen te doen en/of te denken! Waarmede wij erkennen, dat Wij volkomen onbekwaam zijn om, zonder de eminente leiding van God's Geest, onszelf ervoor te behoeden, dat wij ons niet telkens weer laten verleiden, verkeerde dingen te doen;

- en ten tweede in de zin van
:
Leidt Gij ons, Vader, opdat (als wij in verzoeking komen) wij tenminste nooit een onherstelbare, en vooral niet voor anderen, schadelijke val zullen doen.

Hoe of het ook zij, verzoeking is altijd gevaarlijk.
Je ziet het, je merkt het, maar je weet nooit waar die ophoudt en waar je terecht komt. Bovendien, wat kan de mens in verzoeking niet allemaal overkomen! In de Bijbel lezen wij veel over verzoeking. Ondoorzichtige situaties waarin men kan geraken, en waardoor een verkeerde keuze wordt gedaan , verkeerde beslissingen worden genomen. Het is net als wanneer wij in de mist moeten rijden.

Wij rijden prompt de verkeerde kant op, en als het nu maar blijft bij hotsen en botsen,... dan zijn er wel ongelukken met de nodige verwondingen enzo, maar het is nog veel erger wanneer wij.... de afgrond in rijden!! Jezus weet waarover Hij spreekt. Van Hem profeteerde de profeet Jesaja: "...een Man van smarten, en..... VERZOCHT in krankheid,..." (53:3).

In Mattheus 4, vers 1 staat van Hem geschreven: "... om VERZOCHT te worden van de duivel". Het is de duivel, die ons van God wil aftrekken. En hij doet dat middels "imitatie", na-bootsing. Hij is "de grote aap van God".
Hij kan zo spreken, dat het volstrekt logisch en aannemelijk lijkt,... net alsof wij God Zelf horen. De satan verschijnt dan als een "engel des lichts".
 
Hoe moeten wij oppassen; met deze "imitator Dei" is niet le spelen. Zijn rol, beginnend in de Hof van Eden, is nog lang niet uitgespeeld. Straks gaat het profetisch woord in vervulling: "Ik zag een ander beest uit de aarde opkomen, en het had twee hoornen, DES LAMS hoornen gelijk en het doet grote tekenen, en verleidt degenen, die op de aarde wonen, en het maakt dat allen het beeld zullen aanbidden" Openb..13:11-15).

Een uiterst listige tegenstander
Hoe subtiel zijn zijn werken! Daar waar de Geest van God Zich manifesteert en Zijn werken openbaar worden, waardoor Jezus wordt verheerlijkt, daar staat de loerende duivel ook klaar en beidt zijn tijd, om op het voor hem meest geschikte ogenblik binnen te dringen met zijn verleidende "kunstgrepen" waarmede velen worden verzocht. Hoe moeten wij wakende zijn; vooral de ouderlingen in de gemeente; zij die tot het opzienersambt geroepen zijn.

Het is niet genoeg, dat de oudsten alleen waken.
De hele gemeente moet niet ophouden om God te bidden de Geest der genade en der gebeden bij voortduring werkzaam te willen doen zijn in Zijn Lichaam. En dan is daar ook het voortdurend gebed van allen: "Houdt ons vast o God, dat wij niet terechtkomen in een situatie, waar wij geen raad mee weten en waarin wij geen uitweg zien... en als wij dan toch daarin terechtkomen, onder Uw toelating, blijft Gij ons dan zo vasthouden Here, dat wij er niet in ten onder gaan".

De apostel Jakobus spreekt van: "Acht het voor grote vreugde, wanneer gij in VELERLEI VERZOEKINGEN valt" (1: 2), en in vers 12 vervolgt hij met deze woorden: "Zalig is de man, die VERZOEKING VERDRAAGT; want als hij BEPROEFD zal geweest zijn, zal hij de kroon des levens ontvangen, welke de Here beloofd heeft degenen, die Hem liefhebben".

Net alleen de duivel,... ook ons eigen vlees is een kwade herder, en luisteren "naar de stem van het vlees heeft velen gebracht in een geestelijke dood,... afgeslagen van de weg", weggelokt van God met een onwederstaanbare zuigkracht!

Dezelfde apostel zegt: "Niemand, als hij verzocht wordt, zegge: ik word van God verzocht; want God kan niet verzoekt worden met het kwade, en Hijzelf vervloekt niemand. Maar een iegelijk wordt verzocht, als ook van zijn eigen begeerlijkheid afgetrokken en verlokt wordt" (v.v.13-14).

Wij kunnen alleen maar bouwen op Hem, Die bewezen heeft machtig te zijn om ons te bewaren. "Mij is gegeen alle macht in hemel en op aarde"'(Matt.28:18b). Jezus Zelf heeft dit gezegd tot Zijn discipelen. Wat zullen wij dan nog vrezen? Wij hebben de belofte. "Zo weet de Here de godzaligen uit de verzoeking te verlossen .." (II Petr.2: 9).Dank Here! Uw Woord houdt stand. Amen.


"Want Uwer is het Koninkrijk, en de kracht, en de Heerlijkheid, in der eeuwigheid. Amen"
Het "Onze Vader" eindigt met een volheerlijke belijdenis van de discipel des Heren. Wie zo kan bidden maakt anderen duidelijk, dat er in zijn leven iets wezenlijks gebeurd is. Wat bedoelen wij hiermede? Hij, die zo kan bidden, is met Jezus Christus op weg gegaan ... . "de weg naar Vaders Huis" met de vele woningen. Die zal verder wandelen als eertijds Abraham heeft kunnen doen, in geloofskracht en slechts vertrouwende op Hem, Die hem eenmaal riep uit het Ur der Chaldeeuwen.

Wij hebben van hem dit getuigenis: hij verwachtte de stad, die fundamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester GodZelf is" (Hebr.11:10). Ook Mozes, de dienstknecht God's heeft zich, zijn leven lang vastgehouden aan de onberouwelijke beloften God's; en van hem staat geschreven: "... want hij hield zich vast, als ziende de Onzienlijke" (lezen wij Hebr.11:24-29).

Waarlijk, wie als discipel Jezus nawandelt, ervaart de totale omkeer in zijn leven. Door genade "doet hij de gehele wapenrusting God's aan, opdat hij kan staan tegen de listige omleidingen des duivels" (Ef.6:1). Onder het gaan wordt hij alsmaar sterker door de inwonende Geest, en kan zeer positief getuigen, dat de inspiratiebron van al zijn bidden èn denken en doen als pelgrim, is HET ONZE VADER. Amen.

De lofprijzing des gebed
s
Bovenbedoelde belijdenis willen wij "De lofprijzing des gebeds" noemen. De gelovige bidder belijft ten volle, dat alleen God het recht heeft op ons leven,... dat het niet in onze, maar alleen in Zijn macht staat, om onze verlangens en levensplannen te leiden en op te lossen naar Zijn wil en welbehagen; en dat het doel moet blijven: de verkondiging van de dood des Heren totdat Hij (weder)komt!

Het is de Heilige Geest, Die de bidder(s) leert, dat het "AMEN" waarmede dit gebed besluit, meer is dan een gelaten en gebruikelijk: "het zij zo!" Het betekent ook: "IN DER DAAD"... "IN WAARHEID". Waardoor en waarmede ons de weg duidelijk wordt gewezen die wij hebben te gaan, om tot Hem, ONZE VADER, te kunnen naderen.

God's Geest waarschuwt ons, dat wij Zijn Naam niet heiligen, maar ontheiligen, als wij Hem roemen met de mond, maar er niet naar leven en niet die werken doen, welke Hij ons opdraagt.! En tenslotte, dat wij het recht niet hebben Hem "Onze Vader" te noemen en aan te roepen om hulp en verhoring, als wij "lauw" en onverschillig als vreemden voor Hem staan...

Als wij niet als liefhebbende kinderen, dankbaar alles doen om Hem te behagen, en om dat ene verlangen van Onze Vader te vervullen, en dat Hij als het enige tegengeschenk van ons vraagt, namelijk: Hem lief te hebben boven alles en allen..., dat is: zonder steeds en voor alles loon te verwachten!...

Als wij niet tot Hem kunnen komen met die offerande, welke in hoofdzaak alléén dan waarde voor Hem heeft, omdat Hij weet, dat wij daardoor zelf gelukkiger zullen worden en blijven. Waarlijk, hier in De Bergrede van Jezus wordt het hele Evangelie, concreet samengevat en in praktijk gebracht.
 
 

 

Home | Sitemap | Inhoud