De Manifesto van Jezus Christus

 

Home - Sitemap - Inhoud

 

 

Het Messias-geheim
De Verborgenheid


In de Brief aan de Hebreeuweën wordt ons verklaard, dat het "universum" gemaakt werd door Jezus Christus. Met de volgende woorden wordt oms dit duidelijk gemaakt: "Die Hij gesteld heeft tot een erfgenaam van alles, door wie Hij ook de wereld gemaakt heeft " (1:2). Obk, dat Hij "alle dingen draagt DOOR HET WOORD ZIJNER KRACHT (v.3). De apostel voor de Heidenen, Paulus, getuigt verder, dat de verrezen Christus "nadat Hij de reiniging onzer zonden door Zichzelven heeft teweeg gebracht, nu gezeten is aan de rechterhand der Majesteit, in de hoogste hemelen". Halleluja!

Al de Volheid ....
In de Kolossensenbrief, eerste hoofdstuk en negentiende vers staat geschhreven: " Want het is desVaders welbehagen geweest, dat IN HEM (d.i. dus in Jezus Christus - schrijver) AL DE VOLHEID WONEN ZOU" . Wat werd en wordt nu met deze "volheid" bedoelt? Wij hebben in dit opzicht het volgende getuigenis:


 "Want in Hem woont al de VOLHEID DER GODHEID LICHAMELIJK" (Ko1.2:9). Deze "volheid" stelde Jezus in staat om te doen wat bij de mensen een onmogelijkheid was en is. Alleen bij God zijn alle dingen mogelijk. Amen. En hiertoe mogen wij ook het "bovennatuurijke" rekenen, 'het Goddeijke, Zijn "Messias-zijn", ZIJN GEHEIMENIS, die even zo goed deel is van de Manifesto van Jezus Christus.

Zelf-verberging

Wij doelen hier dan i.h.b. op ZIJN ZELF-VERBERGING, waarvan in de synoptische Evangeliën zo dikwijls wordt gesproken. In deze Evangeliën ontmoeten wij zo vele malen "de opzettelijke zelfverberging van Jezus als de Christus - als de Messias. In dit verband behoeft het de Schriftonderzoeker niet te verbazen, dat even zo vele malen deze vraag werd gesteld: "Wie is toch Deze?" En, het behoeft geen nader betoog, dat er(als gevolg van deze zelfverberging) vele meningen waren.

Toen Johannes de Doper in de gevangenis zat, wist hij op een gegeven ogenblik ook niet goed meer, "wat" hij wel van Jezus moest denken, te meer, wanneer er van Hem geschreven staat: "Maar JEZUS VERBORG ZICH, en ging in de tempel, GAANDE DOOR HET MIDDEN VAN HEN; EN GING ALZO VOORBIJ"(Joh. .8:59)  en "Deze dingen sprak Jezus; en weggaande VERBORG Hij ZICH VAN HEN" (12:3).


Lukas, de evangelist, vermeldt het volgende feit: "Maar Hij, DOOR HET MIDDEN VAN HEN DOORGEGAAN ZIJNDE, ging weg" (4:30) En dit, terwwijl zij Hem even tevoren hadden gegrepen en Hem op de top van een berg hadden gebracht, om hem vanaf die plaats van de steilte af te werpen"

Jeus Christus was dus "in de handen van Zijn belagers", maar desondanks wist Hij op een wonderbaarlijke manier (onverklaarbaar, als wij het getuigenis van de Kolossensenbrief niet zouden hebben!) te ontkomen. En dat niet eenmaal, maar vele malen.


Wonderlijke feiten .  Waarlijk, wanneer Hij niet zou zijn, wat Hij "claimde", en wanneer Hij niet in staat zou zijn geweest om ook te doen, dat wat Hij alleen kon doen, zo zou Hij nimmer DE CHRISTUS, DE MESSIAS, kunnen zijn, wat Hij (krachtens de Schriftopenbaring) wel degelijk was, en ook is!

Zou Jezus Christus niet God zijn, zo zou Hij moeten worden aangemerkt als de grootste bedrieger van alle tijden. Daar zijn nog meer wonderlijke feiten in de de Manifesto van Jezus Christus, waardoor wij zonder aarzelen kunnen schrijven: De Here Jezus Christus droeg waarlijk een "geheimenis" (verborgenheid) met Zich. Johannes de Doper was in twijfel.  "Zijt Gij Degene, Die komen zou, of verwachten wij een ander?"
 
Johannes de Doper
Hetis s opvallend, dat op deze vraag van de Doper geen rechtstreeks antwoord wordt gegeven. De "heenwijzing" naar de wonderen en tekenen, die door Jezus Christus werden gewerkt, waren een "aanwijzing". Het moest bij Johannes en bij zijn discipelen duidelijk zijn geweest, dat de heilstijd waarvan de profeten hadden gesproken, met de komst van Jezus op aarde en de Manifesto van de Christus was aangebroken. Heeft Jesaja niet geprofeteerd:

"Alsdan Zullen der blinden ogen opengedaan worden, en der doven oren
zullen geopend worden. Alsdan zal de kreupele springen alst een hert, en de tong des stommen zal juichen" (35:5-6).

De Samaritaanse zag in Hem een profeet (Joh. 4:19). Het was haar weliswaar bekend, dat de Messias zou komen; maar Jezus moest Zichzelf als DE MESSIAS OPENBAREN, anders zou zij het niet geweten hebben. Jezus moest tot haar zeggen: "IK BEN HET, Die met u spreekt" (v,v.2-26). Hoewel Jezus dus niet openlijk zei: Ik Ven de MESSIAS", werd dit voor Johannes, zijn gezondenen, en ook de vrouw van Sichar duidelijk.

 
Zo kon het gebeuren, dat eens de spanning haast ondragelijk werd. Dit gebeurde gedurende het feest van de tempelwijding. Toen ter tijd wandelde Jezus in de voorhof van Salomo; en toen werd door de Hem omringende Joden gezegd: "Hoe lang houdt Gij onze ziel op? Indien Gij de Christus zijt, zeg het ons vrijuit " (Joh.10:22-24).

De Evangelieën zijn geschreven na de dood en de opstanding van Jezus. De schrijvers, vervuld met de Heilige Geest, waren door Hem geinspireerd. Voor hen is door de verlichtende Zalving, het "mysterie" een geopenbaard geheimenis geworden...Op grond van deze synoptici mogen wij dan ook gerust vaststellen, dat Jezus' optreden, woorden en daden, onmiskenbaar MESSIAANS was. Hij was niet alleen "mens", waarachtig mens; Hij is MEER dan een mens!

Wij willen het zo zeggen: Hij was geeel anders !! Zo heeft de Here Jezus Christus Zichzelf vele malen "verborgen". Daar waren zelfs gevallen, waarin Hij, als het ware, een "spreekverbod" oplegde. Na de verheerlijking op de berg zei Hij: "ZEGT NIEMAND DIT GEZICHT TOTDAT DE ZOON DES MENSEN ZAL OPGESTAAN ZIJN UIT DE DODEN" (Matt,17:9). Het "geheim", de "verborgenheid" moest dus bewaard blijven tot Pasen.

Toen Petrus had beleden, dat Jezus de Christus, de Zoon van de levende God was" (Matt.16:16), heeft Hij Zijn discipelen verboden, dat zij zouden vertellen dat Hij JEZUS, DE CHRISTUS was (v. 20). Het moet dus ook ons duidelijk zijn, dat DIT MESSIAS-GEHEIM alleem daoor openbaring wordt gekend. Dit laatste wordt bevestigd door Jezus' woorden in vers 17. Jezus is niet alleen de Zoon van God - Hij is ook de Koning van de Eindtijd.

Hij Wist, dat Hij DE MESSIAS was. In Zijn Bergrede is Zijn optreden met gezag. De telkens herhaalde woorden, "maar IK ZEG u", zijn in deze de beste bewijzen. Hij volgde "de koers der wetgeleerden" niet; maar gaf een nieuwe, glasheldere en gezaghebbende interpretatie van de wet. Hij leerde niet "de letter te lezen, maar 'als het ware "er doorheen"!

Het gezag van JEZUS-MESSIAS is dan ook hoger dan dat der profeten. Deze traden op met "alzo zegt de Here". Jezus zei: "IK zeg U" . Als De Messias kon Hij leren: "De Zoon des mensen is gekomen om Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen" (Mark.10:45) Het nieuwe verbond heeft Hij met Zijn eigen bloed bezegeld. Geprezen zij Zijn Naam! De Zoon des mensen IS "DE HEMELSE MENS"; d.w.z. Hij is van boven, uit de hemel

(Joh.3:31) mens geworden, zijnde aan s in alless gelijk ((Filip. 2:7), had Hij niet alleen "de gestalte van een dienstknecht - uitgezonderd de zonde-, maar eveneens "de gestalte  Gods" (Filip.2:6). Jezus was zowel God als mens. De mens uit de hemel, de "hemelse Messias". Christus IS God en mens: zowel God's Zoon als mensenzoon.

Hier hebben wij die wonderlijke "tegenstelling" tussen hemel en aarde; alsook die van God en mens. Daarom kunnen wij spreken van de Messiaanse "Zoon des mensen" IS de vleesgeworden Zone God!. Amen. Daarom was het alleen "door openbaring", dat Petrus in Hem, dit is in Jezus, DE MESSIAS kon zien; en dit geldt ook Nathanaël, die uitriep: "Gij zijt de Zoon van God, Gij zijt de Koning Israel's". (Joh.1:50)..

Jezus Christus is DE MESSIAS-KONING, de WERELD-HEILAND en de WERELD-RECHTER. Hem zij de lof en de dank en de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid! Amen. In de Bijbel vinden wij naast alle "indirecte" gegevens aangaande deze verberging, ook "directe". Dat will zeggen. die rechtstreeks verwijzen naar Zijn Messias-zijn; daarmede dus vverband houdend.

In Mattheus 5 hebben wij het verhaal van de demonen. Jezus ziende, riepen deze uit: "Gij Zone God's, wat hebben wij met U te doen? ZijT Gij hier gekomen, om ons te pijnigen voor de tijd" (v.v. 28-29). Die demonen kenden dus "het geheim" - zij wisten, dat Jezus de Messias was, de Zoon van God. De duivel weet meer dan mensen. Op de berg van verheerlijking werd de Stem van de Vader uit de wolk vernomen: "Deze is Mijn geliefde Zoon ". Voorwaar, een duidelijke aanwijzing , dat Hij, Jezus, de Messias is.

Als waarlijk de discipelen niets zouden hebben geweten van Jezus "messiasroeping", zo is het niet te verklaren, dat zij Hem terstond, bij hun roeping, gevoIgd zijn. Het feit, dat de Here Jezus Christus bij het heidendom geloof heeft aangetroffen als nooit bij Israël, hoort bij deze "geheimenis". Want, ondanks "de verberging", hebben de scharen geweten dat Hij de Messias was. Zij hadden "iets" van het Goddelijke, van het "bovennatuurlijke" bespeurd. Vandaar de vraag:'"Is deze niet de Messias?" En ook Jezus'  intocht in Jeruzalem is een heenwijzing. Zijn Messiasschap blijft ook hier verborgen, als Hij niet antwoordt op de vraag, door welke macht Hij de daad van "tempelreiniging" verrichtte. Want de vraag werd beantwoord met een wedervraag!

Het is een niet te wederleggen feit, dat in de Schrift de "Zelfopenbaring van Jezus Christus" gepaard is gegaan met "Zijn Zelfverberging". Beide behoren bij de Manifesto van Jezus Christus. Wanneer wij de verschillende feiten in verband met elkaar bestuderen, zo komen wij tot de conclusie, dat Zijn verberging in onverbrekelijk verband stond met Zijn "lijden", Zijn "dood" en Zijn opstanding,.

Wanneer wij lezen: "Maar Jezus, dat wetende, vertrok van daar, en vele scharen volgden Hem en Hij genas ze allen. En Hij gebood hun scherpelijk, dat zij Hem niet openbaar maken zouden; opdat vervuld zou worden, hetgeen gesproken is door Jesaja, de profeet, zeggende:

"Ziet, Mijn knecht, Die Ik verkoren heb, Mijn Beminde, in Wie Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik zal Mijn Geest op Hem leggen, en Hij zal het oordeel de heidenen verkondigen. Hij zal niet twisten, noch roepen, noch zal er iemand Zijn stem op de straten horen. Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en het rokende lemmet zal Hij niet uitblussen, totdat Hij het Oordeel zal uitbrengen tot overwinning. En in Zijn Naam zullen de heidenen "hopen", is het duidelijk, dat de verberging verband houdt met het lijden.


Emmausgangers
Zó was God's weg, en langs die weg vervulde Jezus Christus de wil van de Vader. Waarlijk,Hij moest verborgen blijven, zolang als het kruis niet gedragen was! Zijn duidelijk gestelde vraag aan de Emmausgangers, is bewijs te meer, dat Zijn Messiaaanse heerlijkheid en Zijn Messiaans karakter van dat lijden en sterven en opstaan uit de doden, verborgen moest blijven, totdat Zijn "verhoging", Zijn hemelvaart, een feit was. Wij geloven op grond van de Schriftopenbaring, dat de volheid van Zijn Messiasschap een "Manifesto is van de nabije toekomst".

Eerst moet "het Evangelie des Koninkrijks gepredikt worden in de gehele wereld tot een getuigenis aller volkeren; en dan zal het einde komen "(Matt.24:14). Eerst moet Jezus-Messias, de Christus God's, gekend worden, Die "door lijden in Zij heerlijkheid moest ingaan" (Luk.24:46), en aan Wie alle macht gegeven is (Mat.28:18),... dan zal Hij komen als Koning der kpmingen en, Here der heren, en op aarde Zijn Vrederijk vestigen. Glorie voor Hem.

Wij vallen nog even terug op Mark.9:9, "En als zij van de berg afkwamen, gebood Hij hun dat zij niemand zouden vertellen, hetgeen zij gezien hadden, dan wanneer de Zoon des mensen uit de doden zou zijn opgestaan". Vergelijken wij e.e.a. met Matth,17:9 en Luk.9:36. Zowel Markus als Mattheus vertellen van het uitdrukkelijk verbod. Lukas vertelt alleen, dat zij zwegen. Bij de synoptici treffen wij deze volgorde aan:   
Pettus' belijdenis wordt gevolgd door de "eerste lijdens- aankondiging" , de verheerlijking op de berg, de tweede lijdensaankondiging, die plaats had in Galilea. De laatste vond plaats op de weg van Galilea naar Jeruzalem.

Merkwaardig is het, dat bij het verlaten van de berg van verheerlijking, het verbod wel werd gegeven, evenals aan Petrus ná zijn belijdenis, zoals reeds eerder door ons opgemerkt. Hierin heeft Petrus wel iets heel bijzonders gezegd. Vanzelfsprekend heeft hij zó kunnen spreken, vanwege  de Gods-openbaring, welke hij toen ter tijd ontving. Jezus was toen voor hem geworden de Messias , de van God gezalfde Koning en Petrus was onderdaan van deze Koning. Hier wordt "zichtbaar", dat inderdaad met Jezus Christus het koninkrijk gekomen was; maar ook, dat dit koninkrijk nog verborgen moest blijven, als een zaad, dat in de aarde verborgen was...

Hier stuiten wij op dit zgn. "Messias-geheim", waarover wij in dit bestek hebben uitgewijd.De verheerlijking op de berg, is een "pre-figuratie" van Zijn opstandingsheerlijkheid; ja, meer, van de "pré-millennial-heerlijkheid". Christus' opstanding is daarvan het begin.
Het oog des geloofs ziet dit door de heilsgeschiedenis heen. GOD IS GETROUW EN NIMMER FALEND! Op de berg van verheerlijking worden niet alleen "lijden en heerlijkheid ", maar ook "kruis en wederkomst" aan elkaar verbonden. Amen."

 

 

Home - Sitemap - Inhoud