"LEG MIJN TRANEN IN UWE FLES"

HOME - SITEMAP

 

Kostbare tranen
Psalm 56:9


Ongetwijfeld hebben ook "tranen" in het plan van God hun aparte plaats en wij mogen in dit geval wel concluderen, dat "de bediening van tranen" een kracht is in het leven van de persoon, die ze stort en anderzijds een bezit is, want God verzamelt ze in Zijn fles.
 

Jozef
In de Bijbel kunnen we lezen, dat Abraham zeer bedroefd was met Sara's dood. "Hij beweende haar" (Gen. 23:2). En van Jozef lezen wij, dat"hij wendde zich van hen af en weende";(Gen. 42:24); toen hij zijn broeders voor de tweede maal zag, "zo ontstak zijn ingewand en hij zocht te wenen en hij ging in een kamer en weende aldaar (Gen. 43:30); toen hij afscheid van hen nam, kuste hij al zijn broeders, en hij weende over hen" (Gen. 45:14-15).

Ook van Hizkia staat geschreven, dat "hij zeer gans weende", en dat God gezegd had, dat Hij zijn tranen heeft gezien" (2 Kon. 20:3b+5b). Zo hebben al de ouden van weleer gesproken van deze "tranen", die kostbaar moeten zijn geweest in Gods ogen. Wat zullen wij zeggen van David, als hij tot God bidt en in zijn boetepsalm uitroept: "ik doe mijn bed de ganse nacht wenen ; ik doornat mijn bedstede met mijn tranen" (6:7).

En als hij in diezelfde psalm met de zekerheid des geloofs uitroept: "De Here heeft mijn smeking gehoord; de Here zal mijn gebed aannemen, (vers 10) dan is het waarlijk de innerlijke ervaring van het gemoed, dat door de Heilige Geest overtuigd wordt van "mijn tranen zijn mij tot spijs dag en nacht" (42:4).


De profeet Jeremia, uitbrengende de weeklacht over de verdorvenheid des volks, heeft geweten van deze bittere tranen (Jer. 9:1) en het is deze zelfde Godsman, die in zijn treurzang over de verwoesting van Juda en Jeruzalem heeft getuigd: "Mijn ogen zijn verteerd door tranen, mijn ingewand wordt beroerd" (Klaagl. 1.2:11a).

 
Kostbare tranen
Veel, heel veel zou geschreven kunnen worden van de kostbare tranen van Jezus, want zo lezen wij "Jezus weende" (Joh. 11:35) en toen Jezus nabij Jeruzalem kwam, en de stad zag, weende Hij over haar", (Luk. 19:41). In de profetische bergrede heeft de Here Jezus Zelf geleerd: "Zalig zijt gij, die nu weent ....(Luk. 6:21b).

Hoe wondervol en van welk een diepe betekenis getuigen deze woorden. De Heilige Geest alleen kan ons die openbaren. Ongetwijfeld zijn deze, door de werkingen des Geestes veroorzaakte tranen van grote waarde voor God. Het is menselijk om tranen te storten. Aan de andere kant kunnen wij zeggen, dat de meeste tranen uit zuivere menselijke gevoelens voortspruiten en niets te maken hebben met geloof, noch met de werking van Gods Geest.

 
Tranen van spijt

Zo zijn daar tranen van spijt, vanwege veroorzaakt misverstand, en wat zullen wij verder dan nog zeggen van al die tranen van teleurstelling, desillusie en depressie. Maar zoals wij reeds hebben gezien, zijn er gelukkig ook nog tranen, die gestort worden omdat daar de Geest Gods werkzaam is diep in het menselijk gemoed en wanneer in het diepst van de menselijke ziel, hij beroerd wordt en overtuigd.

Het zijn deze tranen, zo geloven wij, die door onze trouwe God en Vader in Zijn fles worden weggeborgen als kostbaar en van grote waarde.
Ja, waarlijk, dan zullen allen die dergelijke tranen gestort hebben "lachen" zoals de Here Jezus dit verzekert in Luk. 6:21b. Amen. Het zijn in de regel geestelijk de sterkste persoonlijkheden, die weten wat tranen zijn.

 
Tranen-kruike
n
De geschiedenis vertelt ons van zg. "tranen-kruiken", welke destijds werden gevonden bij opgravingen in de graven van oude volkeren. Meestentijds waren deze gemaakt van aarde en zij werden gebruikt voor het opvangen van de tranen die gestort werden wanneer de nagelaten betrekkingen weenden bij de gestorvenen. Zij werden deze gestorvenen meegegeven in hun graven.


Vele volkeren in het oosten hebben dit gebruik gekend en ook Koning David moet hier aan gedacht hebben, toen hij uitriep: "Plaatst Gij mijn tranen in Uw fles!" Het is de moeite waard, lezers en lezeressen, om het onderwerp "tranen" nader te beschouwen; want er zijn verschillende soorten tranen.

1. persoonlijke  tranen
2. berouwvolle tranen
3. doeltreffende tranen

Wat wij hiermede bedoelen? Heel eenvoudig, UW eigen tranen , mijn eigen tranen. Tranen, die daadwerkelijk uit onze ogen gevloeid zij. Maar als God dan werkelijk tranen verzamelt in Zijn fles (en dat doet Hij), zo is daar direct de vraag gerechtvaardigd: Heeft Hij werkelijk onze tranen? En zo niet, waarom dan niet? Ongetwijfeld heeft God die tranen, die wij stortten ten tijde van onze bekering, toen wij gered werden. Halleluja!

Het was toen, dat wij onze eigen ervaring hadden met betrekking tot het voor het eerst zien van onze eigen zonden in het licht des Heiligen Geestes . Toen was het, overtuigd als we werden door Gods Heilige Geest, dat wij hete tranen schreiden voor Gods aangezicht, toen wij ten volle de prijs betaalden van onze verlossing in en door Jezus Christus.


Toen jubelde onze ziel door deze tranen heen.
0, heerlijk Golgotha, 0 heerlijk Golgotha,
Waar mijn zonden verzoend zijn, mijn schuld werd betaald. 0 heerlijk Golgotha.


Zonder enige twijfel hoeft onze God die tranen geborgen in Zijn fles; want die zijn Hem kostbaar. Daar is vreugde in de hemelen over een zondaar, die zich bekeert. Ik herinner mij het verhaal, dat mijn moeder mij in mijn jeugd eens vertelde. Het verhaal van een engel, die naar deze aarde kwam, om te zien of hij iets kon vinden, dat waard was om met zich mee te nemen naar de hemel. Hij raakte het goud en zilver van de mijnen aan, ook betastte hij zorgvuldig de parels in de diepten der zeeën ... maar hij vond niets van werkelijke waarde.

Om zich heen blikkende, zag hij ook de tranen, die gestort werden door een "verloren zoon", die weende over zijn kwade en zondige weg. En o wonder, die tranen vielen niet langer op de grond en drongen niet verder door in de aarde, want engelenvleugelen vingen ze op en droegen ze tot in de hemel, omdat ze kostbaarder waren dan al het goud en zilver der aarde.

Wij lezen, dat Paulus de Heer diende in alle nederigheid en met vele tranen, want hij hield niet op een ieder in Efeze te waarschuwen "met tranen dag en nacht" (Hand. 20:31). Zo doende diende de apostel de Here 3 jaren lang. En, broeders en zusters, niet enkel met de waarheid, maar ook met tranen.

"Dienende de Here met alle ootmoedigheid, en vele tranen en verzoekingen, die mij overkomen zijn.... hoe ik niets achter gehouden heb van hetgeen nuttig was, dat ik u niet zoo verkomdigd hebenm en u geleerd in het openbaar en bij de huizen, betuigende, beiden Joden en Grieken, de bekering tot God en het geloof in onze Here Jezus Christus ... Maar ik acht op geen ding, noch houde mijn leven dierbaar voor mijzelf, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en de dienst, welke ik van de Here Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods". (v.v. 19-21)

Heeft God ook onze tranen?
Paulus waarschuwde niet alleen en hij vermaande niet alleen, maar hij weende over hen, zijn broeders in het geloof. Zo zien wij hoe gerechtvaardigd het is om in dit licht te vragen: Heeft God ook onze tranen? Wanneer dat niet het geval is, zo is er zeer zeker iets verkeerd. Onderzoek dan uzelven, want het oordeel begint nu eenmaal bij het Huis Gods. Amen.  

Als gemeente, als lichaam, zijn wij wellicht te onverschillig geworden, te onafhankelijk, te oppervlakkig. De vraag is gerechtvaardigd en wordt gericht tot ALLEN: Evangelisten, herders, leraars, ouderlingen, werkers, diakonessen, zondagschoolkrachten, huisbezoekers, colporteurs, behulpselen; ja tot allen in Gods Koninkrijk! Heeft God onze tranen?

De afschuwelijke mogelijkheid bestaat, dat wij gekomen zijn tot het stamelen, het uiten van woorden zonder allereerst de pijn en de last te gevoelen, diep in onze ziel, van hetgeen wij God te vertellen hebben. U begrijpt wat wij bedoelen. Goed, maar dan wordt het immers ook hoog tijd om mer dat zoëven genoemde zelfonderzoek te beginnen.

Want de Geest van God zegt ons, dat zo wij anderen een halt willen toeroepen om ze door het Woord te brengen tot volkomen overgave aan Gods heilige Wil, wijzelf eerst moeten beginnen te onderzoeken of wij ons wel bevinden in de Gethsemane-ervaring, welke wij allen nodig hebben en die ons zal veranderen naar Zijn Beeld om bekwaam te zijn de boodschap en de openbaring door te geven aan anderen.

Wij weten dat velen van u zullen zeggen, dat deze dingen heenwijzen naar een "geestelijke revolutie", maar het is nu hoog tijd dat zulk een revolutie zich voltrekt in ons innerlijk leven langs deze lijnen van schriftuurlijke beginselen en passie. Wederom dringt dan dezelfde vraag zich op: "Heeft God werkelijk onze tranen?"

Heeft Hij ze werkelijk, broeders en zusters? Of is onze prediking alleen maar lippendienst en dientengevolge levenloos? Zonder die werkelijke kracht, welke tot algehele vrijheid brengt. Wij vragen ons af of het wel mogelijk is te prediken van en over de hel, zonder tranen?

Toen de Here Jezus van de berg naar beneden kwam, zag Hij de stad en "Hij weende over haar, zeggende: och, of gij ook bekondet, ook nog in deze uwe dag, hetgeen tot uw vrede dient, maar nu is het verborgen voor uw ogen". (Luk. 19:41-42.) Ach, broeders en zusters, het antwoord (wij weten het, nietwaar) is zo eenvoudig.
 
Wenen wij werkelijk?
Daarom mogen wij in de Naam van onze Here Jezus Chrostus wederom dezelfde vraag stellen: Kunnen wij wenen? Bedenk, dat er in Gods Koninkrijk grondbeginselen (principes) zijn met betrekking tot dit wenen. Prijst God. Het is één ding om dit te weten, maar het is een heel ander ding, om hetzelfde persoonlijk te ervaren.
Gods Geest wil ons dit niet alleen vertellen, maar Hij wil het ons ook doen ervaren, diep in de ziel!

Niemand zal dit kunnen loochenen. Het was de realiteit van de hel, welke Paulus zag (onderscheidde) en de absolute zekerheid van de verloren toestand buiten de Here Jezus Christus, die hem ertoe brachten om door de werkingen van Gods Geest "met tranen te vermanen .... drie lange jaren zonder ophouden, dag en nacht ...".

Deze verloren toestand bestaat nog voor hen, die het Evangelie van onze Here Jezus Christus ongehoorzaam zijn, en het Woord der genade niét willen accepteren zoals het tot hen komt. Dagelijks om ons heen treffen wij dergelijke personen aan, en wat doen wij ? In dit licht valt wederom de vraag op u en op mij: Is God in het bezit van onze tranen? Willen wij ervoor zorgen dat dit zo is?  God helpe ons.

 
Berouwvolle tranen

Berouwvolle tranen kunnen ons uit de ogen stromen, wanneer daar eerst een gebrokenheid van geest wordt gekend!  Hoogvaardigheid, eigendunk, zelfvoldaanheid zelfgenoegzaamheid en hoogmoed in allerlei vormen en gedaanten, verhinderen de ervaring van deze berouwvolle tranen.

Ongebroken! Hoe weinigen zijn het, die waarlijk ervaren, verslagenheid van geest en gebrokenheid des harten, waarvan de psalmist spreekt. Is er daarom zo een tekort aan medclijden, aan sympathie, aan erbarmen, aan intens medeleven? Het beste antwoord dat wij kunnen geven in deze dagen van zoveel kommer en strijd, als ons de vraag gesteld wordt: wat het grootste tekort is in de gemeente? is wel het volgende:

Niet kracht, niet geloof, maar diepe gebrokenheid des harten. Alleen de ervaring van dit laatste zal ons brengen tot de ervaring van de eerste dingen. Halleluja. Eerst het Kruis geplant diep in de ziel, dan pas vloeien de tranen uit onze ogen, waarvan de profeet heeft gezegd: " Gij spijst met tranenbrood en drenkt met tranen uit een drieling. (Ps.80:6)

Een man Gods heeft eens gezegd, dat "tranen de veiligheidskleppen zijn van een hart dat onder zware druk is". Waarlijk,  het zijn de reinen van hart, die God zullen aanschouwen, en zo zijn het ook de gebrokenen van hart, die God kunnen ervaren. Het visioen is daar, wanneer de affectie gekend wordt. Eerst bidden, dan pas ontvangen, eerst zoeken en dan pas vinden; eerst kloppen en daarna opengedaan worden.

 
Gebroken dingen
Zo is het in het Koninkrijk Gods, maar zo is het ook in het geloofsleven: eerst breking,  daarna het wonder. God gebruikt altijd "gebroken dingen", daar zijn voorbeelden te over hiervan in de Bijbel .... denk aan de kruiken van Gideons bende, welke op Gods bestemde tijd werden gebroken, em waardoor het mogeojlk wa vooor de brandende falkels om te schijnen ... en wat zullen we doen met de gebroken fles van de weduwe in Elia's tijd? Dat wil zeggen: met dat gebroken zegel?

Wat zullen we zeggen van de albasten fles die door Maria gebroken werd en waardoor de zoete nardus-geur zich kon verspreiden door het ganse huis? Werd Jacob niet gebroken bij Pniel? Op dat breken volgde de overwinning. Abrahams hart moest eerst breken, om Izaak terug te ontvangen. De broden moesten eerst gebroken worden , wilden de 5000 gespijzigd worden. De steenrots moest eerst gebroken worden, voordat de levende wateren daaruit konden voortkomen. En tenslotte is daar "het brood dat wij breken, dat gemeenschap brengt".

 
Doeltreffende tranen
En nu de waarheid: tranen die persoonlijk zijn en berouwvol, zijn eveneens doeltreffend. Zij worden immers bewaard in Gods fles, want God heeft daarmee een bepaald doel, en zijn derhalve kostbaar in Zijn ogen. Het effect van zondaarstranen is wondervol, namelijk vreugde in de hemelen! Kunt u het verstaan, broeders en zusters?

De tranen van hen, die gedood worden om der wille van Gods Woord, en om de getuigenis welke zij hebben, doen straks het oordeel en de wrake Gods komen over een verdoemelijke wereld. ( Openb. 6:9- 10.)   Als God Zich de moeite getroost om tranen te verzamelen, dan wil dit toch wel zeggen, dat dergelijke tranen ons spreken van heiligheid en grote waarde, waarover de mens niet klan worden geredetwist.  

Eem diepe gebrokenheid in diens eigen hart. "Zalig zijn zij die treuren", want zij zullen vertroost worden", en "zalig zijn de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden".(Matt. 5:4,7). Omdat gelovigen het doel vergeten zijn, kennen zij ook de waarde van deze tranen niet!  Welke funeste gevolgen kan dit hebben? Wanneer wij vergeten, wanneer wij niet meer kennen, wanneer wij de ervaring missen en de belevenis, hoe zullen wij die dan in andere harten wakker roepen?


Kennen wij die passie?
Alleen door gebroken harten worden harten gebroken, die oren heeft die hore! Schriftuurlijke passie brengt overtuiging, want het is Gods Geest Die werkzaam is. Kennen wij die passie voor zielen? Bidden wij wel om die passie voor het verlorene?  En als wij zo vurig bidden om die opwekking, waarnaar vele gelovigen zo reikhalzend uitzien (omdat God die heeft beloofd) bidden wij wel zo, omdat wij de last daarvan diep gevoelen, wetende, dat daar toch tekenen en wonderen mede gepaard zullen gaan.

Zonder deze alles-verterende passie (wondere werkingen van Gods Geest) zullen we al gauw verkillen, om (als er geen kentering komt in ons geloofsleven) straks af te sterven, want organisatie of wat dies meer zij (wat men zo gaarne in de plaats wil doen treden van deze Geesteswerkingen) zullen nimmer het hart van God kunnen beroeren, noch dat van de mens in vuur en vlam zetten! Neen, daarvoor is Gods Woord te duidelijk, geen mens behoeft te twijfelen. Maar de Here is nabij de gebrokenen van harte en Hij behoudt de verslagenen van geest ...

"Gij hebt geen lust tot offeranden,  anders zou ik ze U geven; in brandofferen hebt Gij geen welbehagen. De offeranden Gods zijn een gebroken geest, een gebroken en verslagen hart zult Gij, o God, niet verachten". (Psalm 34:19, 51:18,19).

 
Gods glimlach
God heeft een eeuwige glimlach. Gods glimlach is Jezus Christus. De huidige uitdrukking van Gods glimlach is de gemeente, het Lichaam van Christus. "Want God, Die gezegd heeft, dat het licht uit de duisternis zou schijnen is Degene, Die in onze harten geschenen heeft, om te geven verlichting der kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus". (Kor. 4:6)
 
Daar is de kwaliteit van Gods glimlach in de schepping, wij kennen de openbaring van Gods glimlachende verlossing; en wij hebben de reflex ( weerkaatsing) van Gods glimlach in de gemeente. Er zijn echter offers, slachtoffers, die Gode aangenaam zijn. Deze zijn een benauwde geest, zoals David schrijft: "De offers, die Gode behagen zijn een benauwde geest; een benauwd en verbrijzeld hart zult Gij, o God, niet verachten". Psalm 51:19.

Een verbroken, verbrijzelde, verpletterde geest; dat zijn de ware offers, waaraan God lust heeft. Niet dat wij met deze verbroken geest de vergeving verkrijgen of vinden. Maar als er geen vebroken geest is, dan kan de vergeving van zonden niet plaats hebben. Zoals de Here dan ook bij de profeet Jesaja getuigt: "Ik zie de ellende aan en die verbroken is van geest", en die vreest, (of weg kwijnt) voor Mijn Woord".
 
En nog eens:"Zalig zijn degenen, die arm zijn van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen". David laat hierop volgen: "Een verbroken en verbrijzeld hart zult Gij, o God, niet verachten".

God veracht dus de hovaardige geest, de geest, die zich op offers en werk beroemt , en het in eigen gerechtigheid verharde en gepantserde hart. Waar een verbroken geest, een verbroken en verbrijzeld hart is, daar wil God Zijn genade verheerlijken, want Hij wederstaat de hovaardigen. Nu is dat een verbroken en verbrijzeld hart, dat aan zichzelf de zonde en schande en aan God de eer geeft.

Het is een hart, dat van God aanneemt, en van zichzelf niets heeft en ook niet in staat is iets te geven. Wie echter een verbroken en verbrijzeld hart hebben, weten en gevoelen dit niet. Integendeel, het is hun vaak, alsof hun hart van steen is, en zij zouden alles wel willen geven om maar een verbroken hart te hebben. De genade verbreekt het, echter op die wijze, dat zij het hart heel maakt, zodat het altijd verbroken blijft en toch heel is.

Abraham
Dat een verbroken hart werkt, lezen wij van Abraham. Hij kon niet geloven, dat God hem uit een verstorvene en uit een onvruchtbare nakroost kon geven. God leidde hem naar buiten en zeide: "Tel de sterren als gij kunt; zo zal uw nakroost zijn". Toen geloofde Abraham God, dat is, hij zonk weg voor God met zijn ongeloof! Zijn hart brak en stortte ineen, terwijl hij het miljoenental van de sterren aanschouwde; deze had God immers gemaakt, en hij kon ze niet eens tellen.

Hoe machtig was God, en hoe nietig hijzelf! En deze God sloeg hen niet neer, gaf hem uit eigen beweging, zonder verdienste, de belofte en vergaf hem, in de belofte, zijn hardnekkigheid, zwaar ongeloof, rekende hem dit ongeloof niet toe. Terwijl Abraham beleed: "Grote God, dat kan ik niet, ik kan niets, maar nu belijd ik het, Gij kunt zowel het een als het ander; ik ben zeer ongelovig en Gij wilt mij zo genadig zijn", toen had hij een verbroken hart.

En dat heeft God niet veracht, hoewel Hij overigens wel reden zou hebben, niet alleen onze waanwijsheid en ons ongeloof te verachten, maar ook de belijdenis ervan. Maar dan zegt God niet in toorn: "Nu, ziet gij nu, dat gij niets kunt en niets zijt?" maar aldus spreekt God: "Omdat gij belijdt, dat gij het niet zijt, maar dat Mijn Woord alles doet, en gij dus verbroken voor Mij ligt, zo verklaar Ik u, goddeloze, rechtvaardig in die gerechtigheid, die voor Mij geldt".
 
0, mijn geliefden, laten wij toch verstaan, dat vergeving vergeven is, dan zullen wij onze zaligheid niet bouwen op offers of werk van onze handen, maar met een verpletterd en verbrijzeld hart ons aan Christus houden en aan Zijn gerechtigheid; en zal het ons zuchten, roepen en schreeuwen blijven.

"0, Here, Die alles vermoogt, open mijn lippen, opdat mijn mond in weerwil van duivel, dood, zonde en wereld, het ga zoals het gaat, verkondige, dat Gij alleen ons een oorzaak van eeuwige zaligheid zijt en wij in Uw offer in waarheid volmaakt zijn". Daartoe geve de God van alle genade aan alle armen en ellendigen Zijn vrijmoedige Geest!!
 
 

 

HOME - SITEMAP